Restaurant Côté Mas

De Fransen hebben eten hoog in het vaandel staan. De gastronomische keuken is over de hele wereld beroemd. Dit is alom bekend. Toch is het goed zoeken naar restaurants waar je echt lekker kunt eten. Vaak komen we hier restaurants tegen waar je eigenlijk helemaal niet zo lekker eet. En dan ook nog eens voor de hoofdprijs…

Zo niet bij Côté Mas. Op een donkere winteravond besloten W. en ik hier eens te gaan eten. Op ongeveer een half uurtje van ons huis ligt het Domaine Paul Mas. Gelukkig hadden we gereserveerd, dit is ook wel nodig.

De kaart is simpel: entree, hoofd en dessert met eventueel een kaasplankje. Tussendoor worden amuses geserveerd. Toch is het lastig om een keus te maken, want wat er op de kaart staat, ziet er allemaal heerlijk uit! Vers bereid met lokale producten of zelfs uit eigen tuin. Het domein heeft uiteraard een uitgebreide wijnkaart, met wijnen van het domein zelf of uit de regio. Er is ook een wijnkelder met proeverij.

Uiteindelijk gaan we voor tonijn met espuma van yuku en een carpaccio van sint jakobsschelpen met een erwtencrème en Iberische ham. Gevolgd door lamsrack met polenta en barfilet uit een pakketje met risoto. En toe een délice van witte chocolade en een variatie op de key lime pie. Zo rollen we voldaan naar huis. Met weer een adresje rijker.

Fête du Mimosa in Roquebrun

De lente komt eraan! Tenminste, in Roquebrun, waar vandaag la fête du Mimosa werd gevierd. Roquebrun is een mooi dorpje, gelegen op een rots aan de rivier de Orb. Hier heerst een bijzonder klimaat, waardoor de mimosa er zich goed thuis voelt. Sinds lange tijd wordt in Roquebrun daarom ter ere van deze bloem een feest gegeven, ter aankondiging van de lente.

We wisten niet echt wat we moesten verwachten. Plan was om te gaan lunchen in Roquebrun en dan daarna de optocht te gaan bekijken. Nu waren we rijkelijk laat vertrokken, was de benzine bijna op en bleek dat we ongeveer 2 km voor Roquebrun al moesten parkeren… Plan A mislukt, op naar plan B: eten bij het dorpsrestaurant in Cessenon sur Orb, W. snel terug naar Cazouls om te tanken en dan rustig weer terug naar Roquebrun om te kijken of we daar nog iets van de festiviteiten mee zouden krijgen.

Zo gezegd, zo gedaan. Inmiddels moesten we weer verder van Roquebrun parkeren, maar de omgeving is daar zo prachtig, dat het geen straf is om een stuk te wandelen. Het dorp barste uit zijn voegen, nog nooit zoveel mensen daar gezien!

In de zomer is dit onze favoriete plek om te zwemmen. Je kan de auto perfect bij de rivier parkeren en dan een heerlijk afkoelende duik nemen in de Orb. Doordat het een rivier is, blijft het water koel, ook in de zomer. En de plek is zo mooi, op de voorgrond de rivier met wat stroomversnellingen en kleine watervallen en op de achtergrond Roquebrun. De kinderen vermaken zich er ook altijd prima met visjes vangen en stenen zoeken. Als het echt feest is, gaan we hier ook lunchen. La Cave Saint Martin is hiervoor een goed adres: een wijnbar, kruidenier en restaurant met eerlijk en authentiek eten ineen!

Uiteindelijk waren we prima op tijd in het dorp. De optocht (van maar liefst 7 wagens) reed steeds op en neer. Verderop was er een kleine kermis en een markt met allerlei kraampjes. Nog twee erg leuke kunstwerken gekocht, een voor de gîte en een voor ons. Gemaakt uit een simpele tak, ik werd er helemaal blij van:

 

 

 

 

 

Al met al een leuk dagje uit. En wat mij betreft mag de lente komen!

The one and only miss Mimosa!

Super recept voor macarons

Met kerst hadden we een café gourmand op het menu staan. Als je dat in een restaurant besteld, krijg je meestal een aantal kleine versies van de dessertkaart. Ideaal als je geen keuze kunt maken. Of als je gewoon van alles wat wilt proeven.

Ik besloot me eens te wagen aan het maken van macarons, die lekkere franse koekjes of mini gebakjes. Van verschillende kanten hoorde ik dat dat bijna onmogelijk was, want heel erg moeilijk om te maken. Mijn voornemen was dan ook om ze van tevoren al eens te maken, zodat ik kon kijken of het me lukte. Helaas had ik hier geen tijd voor. En omdat ik vergeten was echte macarons bij een patissier te kopen, stond ik op kerstavond gebogen over het recept wat ik ergens had overgeschreven (volgens mij uit de En France, waar een keer een artikel over macarons stond). Met lichte stress, want ik dacht eigenlijk dat het toch niet zou lukken. Maar wonder boven wonder kwamen er echte macarons uit de oven. Die er ook na een nachtje koelkast nog prima uitzagen.

De vulling had ik ook maar meteen op dezelfde avond gemaakt, zodat die kon opstijven in de koelkast. Ik hoefde hiervoor namelijk alleen maar slagroom op te warmen en hierin chocolade te laten smelten. Verbazingwekkend hoe stevig die vulling wordt. Nooit gedacht! De volgende ochtend toen ik de macarons in elkaar wilde zetten, was het helemaal hard geworden. Zo hard, dat ik er niks meer mee kon. Even verwarmen, roeren en daarna kon ik het gebruiken. De macarons nog in de koelkast gezet zodat de vulling weer hard kon worden. En ze met moeite tot ’s avonds kunnen bewaren. Maar uiteindelijk lagen er dan toch heuse macarons te pronken op het café gourmand bordje.

Hieronder het recept wat ik heb gebruikt. Het lijkt moeilijk, maar met een simpele digitale thermometer is het echt een eitje. Misschien een leuk idee voor naast de oliebollen?

BASISRECEPT MACARONS (voor ca 20 – 25 stuks)

Ingrediënten:
150 gr kristalsuiker
150 gr poedersuiker
150 gr amandelpoeder (zonder toevoegingen, verkrijgbaar bij reform)
2 x 60 gr eiwit (waarbij ik er vanuit ga dat 1 eiwit 30 gr weegt)
50 gr water
2 el cacao (de ongezoete)

Bereiden:

Zet de bakplaat met siliconenmat klaar. Je kan een siliconenmat met voorbedrukte rondjes kopen (heb ik gebruikt, ging super). Of je kan onder de siliconenmat bakpapier leggen waarop rondjes zijn getekend. Alleen bakpapier kan ook, zonder de rondjes, alleen worden je macarons wat ‘ambachtelijker’. Zeef de poedersuiker met het amandelpoeder en zet dit apart (ik heb het niet gezeefd, te lui, ging prima). Doe de kristalsuiker met het water in een steelpan. Zet de thermometer erin en breng het aan de kook tot 118 graden. Klop ondertussen het eiwit tot zachte pieken. Giet de warme suikersiroop bij het geklopte eiwit en klop nog even goed door. Zet de thermometer erin en laat afkoelen tot 50 graden. Giet de andere 60 gr eiwit ongeklopt bij het amandelmengsel en spatel dit goed door elkaar. Meng deze amandelpasta met het warme eiwitmengsel en voeg eventueel kleurstof toe. Ik heb chocolade macarons gemaakt, dus heb ik ca 2 el cacao door het mengsel gedaan. Doe het beslag over in de spuitzak en spuit gelijkmatige rondjes op de bakplaat (wat dus heel gemakkelijk gaat met die voorgevormde rondjes). Laat de macarons tenminste 30 minuten drogen, of zo lang nodig is om een dun, droog ‘huidje’ te vormen op de beslagrondjes (ik heb ze ongeveer 2 uur laten staan, was ze een beetje vergeten…). Zet 12 minuten in een op 165 graden voorverwarmde oven, haal ze eruit en laat afkoelen.

Chocoladevulling:
Breng 200 ml slagroom aan de kook en giet dit over 200 gr pure, witte of melkchocolade (in kleine brokken). Goed doorroeren tot een gladde pasta en laten afkoelen zodat het niet meer vloeibaar is.

Het resultaat:

Les Halles de Narbonne

Het is bijna kerst en dit jaar vieren we dat in Frankrijk. Alle Baronnen komen op bezoek, dus ik kan me uitleven! Het huis is al versierd en vorige week hebben we het grootste gedeelte van de boodschappen gedaan. Maar vandaag ben ik in alle vroegte naar les Halles in Narbonne gegaan om alle bijzondere ingrediënten in huis te halen die je niet in de supermarché vindt. Nu zijn de halles altijd leuk om naar toe te gaan, maar zo vlak voor kerst is het helemaal een feest! Ik had verwacht dat het al enorm druk zou zijn, dat was gelukkig niet het geval.

De groentenboer had nog de keus uit 3 truffels, speciaal bewaard in een koele ruimte op de markt (zijn schatkamer). Hij gaf me een hele gebruiksaanwijzing voor de verzorging van de truffel, wat ik goed moet opvolgen, anders kan het zo zijn dat de truffel bederft voordat ik er mee kan koken. Ik ben benieuwd, dat zie je namelijk niet aan de buitenkant… Vervolgens op naar de kaasboer. Die had het plateau keurig klaarstaan, mooi verpakt en zelfs met etiketten op de kaasjes zodat ik weet wat het is. Ik had gevraagd om regionale kaasjes, ik zag er al een met een groot katharenkruis op de korst. Verder een blauwe en wat geitjes, en zelfs een brie met truffel. Mmm…

Op weg naar de uitgang is het moeilijk om je niet te laten verleiden door allerlei lekkers. Ook deze keer is dit niet helemaal gelukt, de buche de Noël is mee naar huis gegaan. Dit eten de Fransen traditioneel met Kerstmis. Het is een taartje opgemaakt als boomstam, en vervolgens helemaal kerstig versierd. Was voor de koffie bedoeld, maar omdat de vlucht van de familie verlaat was, hebben we hem als toetje gegeten. Ging ook prima.

De Halles van Narbonne zijn in ieder geval altijd een leuk uitstapje. De overdekte markt in het centrum van Narbonne is elke dag van het jaar van 07u00 tot 13u00 geopend. Dus ook op zon- en feestdagen. Op zondag is er ook een markt buiten les Halles, dan staan er kramen met kleding, tassen en andere spullen. Parkeren kan gratis iets verder van les Halles vandaan, en betaald op de parkeerplaats Victor Hugo of in de parkeergarage Halles – Mirabeau.

Na het bezoek van de markt is het een idee om te lunchen in les Halles zelf. Je kan op verschillende plekken aanschuiven aan de bar, waar er ter plekke een lunch met producten van de markt voor je wordt gemaakt. Een andere tip is restaurant Le Petit Pastis (17 cours de Mirabeau), met typisch Franse gerechten in een decor van een oude Franse bistro (inclusief platte petten en schorten voor de obers). Simpel maar goed eten voor een prima prijs.

Kantine

Onze kindjes zijn geen slechte eters, maar ook geen avontuurlijke. Ze zijn behoorlijk specifiek in wat ze lusten en wat niet, alle drie. Natuurlijk stimuleren we ze om dingen te proeven, iets wat meestal niet heel enthousiast wordt ontvangen. Helaas houden ze niet van olijven of franse kaas (of sowieso kaas). En de wasabi die ze laatst een keer geproefd hebben, vonden ze al helemaal niet lekker. Maar dat vonden ze wel spannend om te proeven, net zoals Takel in Cars 2…

Een keer per week gaan ze naar de kantine op school. Omdat wij dan even kunnen doorwerken. En ook om ze kennis te laten maken met de culinaire kant van Frankrijk. De kantine is hier in Frankrijk goed geregeld. In Cazouls kan je bij de Marie tickets kopen voor 3,50 euro. Als je wilt dat je kinderen naar de kantine gaan, geef je ’s ochtends zo’n ticket aan de maîtresse of maître. Zij weten dan dat de kinderen niet worden gehaald tussen de middag en begeleiden ze naar de kantine. Ideaal, want zo kun je per week bekijken wanneer de kindjes overblijven.

De Franse kantine is wel wat anders dan de Nederlandse. Hier geen boterhammen met kaas of worst en een glaasje melk. Het is ondenkbaar dat de Franse scholen de kinderen boterhammen voorschotelen. Eten is voor de Fransen belangrijk. Erg belangrijk. Zo belangrijk dat ze kinderen al op jonge leeftijd stimuleren om verschillende smaken te proeven. Dus verschijnt er elke maandag het weekmenu. Bestaande uit een voorgerecht, hoofdgerecht, vaak kaas en een dessert. Elke dag. Zo krijgen kinderen de kans om dingen te proeven. Er is namelijk geen keus: dit is het menu en dat is wat ze eten. Gelukkig geen gefrituurde snacks of pizza. In de vijf jaar dat we nu in Frankrijk wonen, heb ik dat nog niet een keer op het menu zien staan.

Als ik aan het einde van de dag vraag wat ze tussen de middag hebben gegeten, vertellen ze wat ze lekker vonden en wat niet, en uiteraard wat het toetje was. Dat toetje is erg belangrijk voor ze, omdat ze dat vaak het lekkerst vinden. Dat dan weer wel. Ik ga er in ieder geval vanuit dat ze genoeg te eten krijgen. Ik heb ze namelijk nog nooit horen klagen dat ze honger hebben als ze na een overblijfdag thuiskomen. Maar ze houden nog steeds niet van Franse kaas…

Traktatie

Vandaag zijn de kleintjes jarig. En mogen ze ook hier in Frankrijk trakteren op school. Nu heb ik al een aantal jaar traktaties gemaakt en ben ik inmiddels wat wijzer geworden.

In Amsterdam waren de traktaties op de crèche al ware kunstwerken. Dus ging ik voor de kleintjes hun eerste verjaardag helemaal los op cupcakes. Ook al zo populair in Nederland, tenminste vijf jaar geleden. En stond ik tot midden in de nacht monsters, hertjes en vlinders te prutsen. Waar ik ontzettend trots op was. De juffen en de andere ouders vonden ze ook prachtig. De kinderen ook wel. Maar echt lekker waren ze blijkbaar niet, want de meeste werden na een paar hapjes al aan de kant geschoven. Toen bedacht ik me, voor wie maak ik die traktaties nou eigenlijk? Voor mezelf om aan de andere moeders te laten zien wat ik wel niet kan? (Moeders, want ik heb nog nooit een vader zich druk zien maken om cupcakes, laat staan er zelf een bakken) (ik hoor het vast als ik me vergis). Of voor de kinderen zodat ze iets lekkers te eten hebben om de verjaardag van onze kleintjes te vieren?

Dus. Dit jaar gaat het anders. Het helpt ook dat de regel hier op school is dat de traktatie voorverpakt moet zijn. (Over iets gezonds heb ik nog niemand horen praten…). En dat maakt het leven een stuk eenvoudiger. Men neme een voorverpakt cakeje, wikkelt er wat oranje en wit stof omheen en maakt dit vast met een touwtje. Pompoengezichtje op de oranje versie, spook op de witte, et voila! Een zeer simpele halloween traktatie (om toch een beetje creatief te zijn…). Die tot op de laatste kruimel is opgegeten.

Foire brocante in Pézenas

Zo na de zomer worden er ontzettend veel vide greniers en brocantes door alle omliggende dorpjes georganiseerd. Sommige vallen ronduit tegen en bestaan alleen uit kraampjes vol met rotzooi. En soms kom je een erg leuke markt tegen, zoals laatst in Saint-Geniès-de-Fontedit. Dit gaat dan vooral om vide greniers. Ik snap nu ook eindelijk het verschil tussen een vide grenier en een brocante. Op de vide greniers, letterlijk het legen van je zolder, staan vooral lokale mensen. En op brocantes staan de professionele verkopers. Dit zie je duidelijk in de kwaliteit van de spullen die worden aangeboden. En ook in de prijs…

De kinderen waren in het begin niet zo enthousiast als ik weer eens naar een markt wilde. Maar sinds ik ze heb uitgelegd dat we op schattenjacht gaan, staan ze alle drie te springen. Elke markt die we bezoeken wordt nu ook door hen afgekamd op zoek naar trésors, die voornamelijk bestaan uit sportbekers, dinosaurussen, autootjes en oude munten.

Vandaag in alle vroegte ben ik eerst naar de vide grenier in Cazedarne gegaan. Het stond overal aangegeven, er lagen zelfs flyers, dus de verwachting was hoog. Maar het viel dus tegen. Een paar mooie kistjes gekocht, verder allemaal rommel. De weg naar Cazedarne was wel erg mooi en de moeite waard: door wijngaarden en heuvels, met een prachtige herfstzon.

Op naar de tweede markt van de dag. Na het hele gezin in de auto hebben geladen, gingen we naar de foire brocante in Pézenas. Dat viel dus helemaal niet tegen. Dat was helemaal superbe! Voor mij dan, want hier stonden inderdaad de echte brocante verkopers en waren er weinig spullen voor de kinderen. De verzamelautootjes van 20 euro per stuk dus niet meegerekend…

Wij kwamen rond half elf aan en de straten zagen zwart van de mensen. Maar als je er tussen liep, had je helemaal niet het idee dat het zo druk was. Erg gemoedelijk en genoeg tijd voor een praatje. Het eerste gedeelte van de markt (voor ons dan) was zo leuk, dat we daar zo ongeveer bij elk kraampje wat gekocht hebben. Waardoor Wieger dan weer naar de auto kon om de nieuwe schatten alvast op te bergen. En de jassen/vesten/truien, want ook het weer was super! Lekker gegeten in een bar-au-vin met de toepasselijke naam “Le Vintage” en daarna vol energie weer verder struinen. Hier onze vangst van vandaag:

Deze markt is in ieder geval het walhalla voor liefhebbers van antiek en brocante. Vergeet de braderie in Lille, hier kun je met gemak een dag spenderen! Zet bij deze in je agenda: de eerste zondag van mei en de tweede zondag van oktober rendez-vous op de foire brocante in Pézenas :).

Aubergine burgers

Lichtelijk teleurgesteld over de resultaten van mijn eigen moestuin, had ik de hoop op zelf gekweekte, onbespoten groente al opgegeven. Maar sinds een paar weken ontvangen we regelmatig een deel van de overvloedige opbrengst van vrienden, die duidelijk groenere vingers dan ik hebben. We komen nu dus om in de tomaten en aubergines. Met tomaten weet ik wel raad. Pasta di mama staat hier wekelijks op het menu en daar kan ik geen tomaten genoeg voor hebben. Voor aubergines geldt dat niet. Om eerlijk te zijn, weet ik eigenlijk niet zo goed wat ik met deze groente moet. Op de een of andere manier smaken ze niet lekker als ik het klaarmaak.

Van de zomer had ik wel een recept uit de Allerhande, waarbij je de aubergines alleen maar hoefde te halveren, insnijden, besprenkelen met olie en 40 minuten in de oven zetten. Samen met een sausje van crème fraîche, safraan, knoflook, citroen, olijfolie en zout is dat heerlijk. Ook een ratatouille lukt inmiddels wel, gewoon wat tomaten, paprika, courgette, wortel, aubergine natuurlijk, rozemarijn, tijm en knoflook aanbakken en heel lang in de oven laten staan. Maar vandaag wilde ik eens wat anders proberen. In New York had ik een poos geleden super lekkere aubergine burgers gegeten. Nu we er toch zoveel in de koelkast hadden liggen, besloot ik hier maar eens op te googlen. En toen kwam ik dit recept tegen. Erg simpel en erg lekker. En nog vegetarisch ook. Wat ons betreft zeker voor herhaling vatbaar. En zo heb ik inmiddels al drie recepten voor aubergines.

Ingrediënten:

1 grote of 3 kleine aubergines, al dan niet uit moestuin
olijfolie
zout
1 teen knoflook, geperst
1 ei
1 kop parmazaanse kaas, geraspt
1 kop paneermeer of broodkruimels
peterselie

Aan de slag:

Snijd de aubergines in blokjes. Fruit het teentje knoflook in een beetje olijfolie. Voeg de blokjes aubergine toe en bak een paar minuten. Voeg een eetlepel water toe, dek af met deksel en bak nog 2 minuten.

Doe de aubergine blokjes in een kom en pureer het samen met de overige ingrediënten tot een dikke pasta. Ik heb de kom even in de koelkast gezet om af te koelen, zodat de pasta wat dikker wordt. Je moet er burgers van kunnen maken, als de pasta te dun is, voeg dan wat paneermeel of broodkruim toe.

Vorm mini burgers van de pasta en bak ze ongeveer 2 minuten aan elke kant. Lekker op wat stokbrood met ketchup, sambal manis, mozarella, rucola of wat je zelf maar lekker vindt.

Het resultaat:

Gorges d’Héric

Van het weekend bezoek gehad van mijn tantes en ooms. Omdat het zo’n prachtig weer was, leek ons het wel leuk om een uitstapje naar les Gorges d’Héric te maken. Leuk voor jong en oud en een klein uurtje van Gîte Baron.

De rivier d’Héric ontspringt op ruim 1000 meter hoogte in de Espinousse in le Massif du Caroux en stort zich op 8 kilometer vanaf 800 meter in de rivier de l’Orb. Het is een indrukwekkende kloof waar je mooie wandelingen kunt maken. Voor de liefhebber: er zijn ook zo’n 200 klimroutes. Ook kun je zwemmen in de natuurlijk gevormde rotspoelen, dus neem je zwemspullen mee! In de zomer is het een populaire plek, ook voor de locals, dus dan is het handig om vroeg te vertrekken om een mooi plekje te bemachtigen. Maar buiten juli en augustus is het minder druk en is het er ook heerlijk om te wandelen of zwemmen. Dat laatste als je durft, want het water is erg koud! Picknicken maakt het helemaal compleet, genoeg prachtige plekken om je kleedje neer te leggen.

Vanuit Cazouls rijd je richting Olargues. Zodra je het bordje Mons la Trivalle ziet, deze richting aanhouden, dan staan de Gorges d’Héric ook al aangegeven. Parkeren kan op de parkeerplaats (3 € in het hoogseizoen). Hier is ook een bar waar je wat kunt drinken of een ijsje eten. In het laagseizoen is dit gesloten, houdt hier rekening mee want er is verder niets te koop, behalve op de top in Héric. Onze kinderen vinden het geweldig om op de rotsen te klimmen en te zwemmen, we zijn dan ook nog nooit helemaal boven in Héric geweest. De tantes en ooms zijn wel doorgelopen en hebben anderhalf uur over de weg naar de top gedaan, en in drie kwartier waren ze weer beneden.

Het is in ieder geval erg goed te doen om met kinderen te wandelen, er is namelijk een fantastisch pad langs de kloof aangelegd. Perfect voor wandelwagens, terwijl naast het pad de kinderen genoeg kunnen klauteren. In Héric is een café waar de dorst gelest kan worden. En schijnbaar hebben ze hier de lekkerste chocolademelk van de Languedoc, maar dat lijkt me meer iets voor de winter…

Tarte tatin

Al heel lang geleden heb ik eens een heuse tarte tatin pan van creuset gekregen en sindsdien maak ik regelmatig zo’n frans appeltaartje. Zo ontzettend simpel om te maken dat ik er eigenlijk geen blog aan kan wijden, maar bij deze dan toch het recept (als je het zo al kunt noemen…):

ingrediënten:
4 vrij grote appels (ik doe meestal gewoon golden delicious)
boter, denk half pakje ongeveer
suiker
cognac
bladerdeeg (liefst die je hier in Frankrijk kan krijgen, is 1 grote, ronde plak, heel makkelijk, want hoef je niet uit te rollen, anders gewoon een paar plakjes uitrollen zodat het ruim over de bodem valt)

Aan de slag:
Gebruik een taartvorm die ook op het vuur kan (daarom is die van creuset zo goed, kan op het vuur en in de oven). Doe hierin plakjes boter met daar overheen suiker. Hierop leg je de eerste laag appels. Ik snijd ze meestal in schijfjes en leg ze zo in het rond. Over de appels sprenkel je wat cognac. Vervolgens gaan hier ook plakjes boter en suiker op, gevolgd door een tweede laag appels die je ook weer besprenkeld met cognac. Dit laat je ongeveer een half uur pruttelen op een laag vuurtje.

Ondertussen de oven voorverwarmen op ca 180/200 graden. Pan van het vuur halen, bladerdeeg er overheen leggen (wat over de randen valt beetje opfrommelen in de rand, hier blijft de taart dan mooi op staan) en nog een half uur in de oven. Et voila! Erg lekker als je ‘m nog warm serveert met een bolletje vanille ijs.

Het resultaat: