Joutes in Sète

Vandaag zijn we naar het feest van Saint Louis in Sète gegaan, een jaarlijks festijn waar je ‘joutes’ kunt aanschouwen. Dit zijn spectaculaire steekspelen die al sinds 1666 worden gehouden rond 25 augustus. Er zijn verschillende niveaus te zien, op de maandag van Saint Louis spelen de zwaargewichten. Vandaag was daardoor misschien minder spectaculair omdat de juniors en moyens speelden, maar we hebben ons toch goed vermaakt. De ‘joutes’ zijn in ieder geval meer dan een traditie, folklore en een sport. Het weerspiegelt de ziel van de inwoners van Sète.

De watersteekspelen zijn een traditie van Languedoc die dateren uit de 17e eeuw. Sète organiseerde haar eerste ‘joutes’ op 29 juli 1666 tijdens het feest voor de oprichting van de haven, die bij de werken van het Canal du Midi hoorde.

Tijdens de toernooien van de 18de eeuw namen de getrouwde mannen het op tegen de jonge vrijgezellen. Rood was de kleur van de getrouwde mannen, blauw de kleur van de vrijgezellen. Aan de kleuren van de kleren, boten en lansen kon je zien tot welke groep de mannen behoorden. Veel van deze tradities zie je tot op de dag van vandaag nog terug.

De boten worden onder leiding van een ervaren stuurman bemand door tien roeiers, voornamelijk sterke vissers. Het toernooi begint met een ‘passe d’honeur’, een begroeting van de spelers waarbij ze hun lans laten zien en elkaar een hand geven bij het kruisen van de boten.

Als het gevecht begint, hoor je het traditionele lied van de ‘joutes’, gespeeld door een hobo en een trommel die vooraan op de boot zitten. Op de tribunes zitten fanfares die het publiek ook met traditionele muziek opwarmen, zodat de spelers goed aangemoedigd worden.

Er is een heel reglement, wat ik hier nu niet zo uit kan leggen (ook omdat ik er zelf weinig van snap), maar het doel van een ‘passe’ is om de tegenstander vanaf de ’tintaine’ (bootplatform, het uitstekende stuk als het ware) met een lans in het water te duwen. De lans heeft een ijzeren punt, wat volgens mij best hard aan kan komen als je naar dit schild kijkt… Degene die in het water valt, wordt opgevolgd door een andere speler uit de boot. Degene die gewonnen heeft, mag blijven staan, net zolang totdat hij ook in het water valt. De winnaar van het Saint Louis toernooi krijgt eeuwige roem doordat zijn naam gegraveerd wordt op een schild in het Paul Valéry museum.

Al met al een erg leuke dag vol lokale folklore. De kindjes vonden het ook erg spannend en wilden nog helemaal niet naar huis!

Minerve

De kinderen genieten nog steeds van hun vakantie, reden genoeg om eens op pad te gaan. Als ik de gasten van Gîte Baron goede tips wil geven, moet ik natuurlijk wel weten waar ik over praat. Maar eigenlijk doen we dat normaal gesproken ook al. En hebben we al erg veel gezien en gedaan hier in de buurt. Er is ook zo ontzettend veel te doen! Toen we hier een jaar geleden kwamen, wisten we eigenlijk niet in wat voor mooie regio terecht waren gekomen. Maar het is hier goed toeven.

Vorige week hebben we op een iets minder warme dag (28 graden) toute la famille ingeladen en zijn we via Puisserguier – Capestang – Bize Minvervois naar Minerve gereden. In Bize Minervois hebben we eerst heerlijk gepicknickt. We kwamen terecht op een mooie plek aan de rivier La Cesse, en daar hebben we ons kleedje neergelegd. Daarna een bezoek aan de olijfoliemolen l’Oulibo. We hebben niet de tour gedaan, maar wel een paar emmertjes olijven en olijfolie gekocht.

Op naar Minerve. We waren nog niet eerder deze kant op gereden en waren dan ook aangenaam verrast. Wat een ontzettend mooie omgeving met overweldigende natuur! Minerve is een oude katharenvesting en wordt omgeven door kloven die zijn uitgeslepen op de plek waar de twee rivieren La Cesse en Le Brian samen komen. Meer informatie kun je hier lezen.

Zeer de moeite waard in ieder geval en iets wat ik onze gasten zeker zal aanbevelen!

Cementtegeltafel

Omdat we nogal wat cementtegels (“Spaanse” tegels uit Marokko en Vietnam) over hadden, leek het me leuk om hier onze oude eettafel mee te bedekken. Deze was, met hulp, erg goed gelukt. Dus het idee was om zo’n zelfde tafel ook voor de gîte te maken. Hulp was er alleen niet meer, dan maar zelf aan de slag…

Het frame van de tafel hebben we door combitex laten maken. Ik dacht op maat, maar dit bleek niet helemaal te kloppen. Vandaar dat ik er maar wat extra latten op heb gemaakt, zodat je acht vierkanten met elk vier tegels krijgt.

Als eerste heb ik de tegels zo gelegd zoals ik ze wilde hebben, zodat ik daar tijdens het lijmen niet over na hoefde te denken. Hierna de latjes op maat gezaagd en op de tafel gelijmd.

Vervolgens de tegels op het tafelblad gelijmd met tegellijm en de latjes in dezelfde kleur van de tafel gelakt.

Met diezelfde tegellijm ook de tegels gevoegd en daarna meteen heel erg goed schoon gemaakt met een spulletje wat ik bij de tegelboer had gekocht (cementtegels zijn poreus en moeten dus met de juiste producten behandeld worden). Na een week drogen, heb ik de tafel behandeld met een kleurverdieper wat ook als vlekstopper werkt (ook weer via die tegelboer).

Het was in ieder geval eenvoudiger om te maken dan ik dacht. Ik zag er namelijk nogal tegenop, helemaal omdat ik niet zo’n klusser ben. En niet zo netjes. En ook niet handig. Ik ben blij met het resultaat, ook al liggen de latjes en tegels niet allemaal even hoog. Dat is voor het rustieke effect, zullen we maar zeggen.

De verbouwing deel II

Na het plaatsen van de vloer en het isoleren van het dak in de remise, kregen werd duidelijk dat we er een erg groot stuk woonoppervlak bij zouden krijgen. Tijd voor de architect om er vorm aan te geven.

Besloten werd om grote ramen aan te brengen aan de kant van de binnenplaats. Verder waren er namelijk geen ramen in de remise en omdat we helemaal ingesloten zitten door buren, konden we ergens anders ook geen ramen laten maken. Er werd begonnen met het maken van een enorm gat van boven naar beneden, waar een balk in kwam om het geheel te ondersteunen. Erg spannend of de gevel en het dak het zouden houden, tenslotte is het toch een ruim 200 jaar oud huis…

Gelukkig ging dit allemaal goed en konden de gaten voor de ramen worden gemaakt. Steeds een klein stuk breken, meteen ondersteunen met enorme balken en daarna weer verder breken. Het betonnen kozijn van het kleine raam is met veel moeite verplaatst naar links (boven de grote deur). En verder werd zo ongeveer de hele gevel eruit gehaald.

Binnen werd er druk verder verbouwd. Boven zouden we er twee slaapkamers, een badkamer, woonkamer en speelkamer bij krijgen. En de oude, vervallen buiten keuken werd omgetoverd tot een heuse keuken. Ook hebben we beneden van die mooie, oude tommettes laten leggen. Het plan was om deze ook boven te laten leggen, maar daar was geen tijd (en geld) meer voor.

Ondertussen waren we druk met het vinden van iemand die de ramen kon plaatsen. Die waren we even vergeten… Gelukkig lukte dit, een lokale fransman wilde dit project wel aan gaan. Aanvankelijk hadden we er veel vertrouwen in, maar na de zoveelste niet nagekomen afspraak, begon ik het somber in te zien. Hadden we wel gaten, maar geen ramen. Uiteindelijk dan toch, na zo’n drie maanden, zaten er ramen in de gaten. Wat een verschil was dat! In een keer leek het net een echt huis en werd onze remise een paleis.

voor
Na

We zijn er nog niet, maar voorlopig zijn we wel even klaar met verbouwen. De gîte is zo goed als af en gaat vanaf volgende week in de verhuur. En wij gaan in de tussentijd genieten van de zomer. De verbouwing wordt ongetwijfeld vervolgd, alleen even niet nu… :).

Salade de pastèque

Zo net voor het weekend weer een recept, namelijk die van mijn favoriete salade bij barbecues. Het lijkt een rare combinatie, watermeloen met zwarte olijven en feta, maar het is echt super. Ik probeer wel eens een barbecue zonder te doen, maar meestal zwicht ik er toch weer voor. Als je met weinig mensen bent, kun je de rest van de meloen gewoon in stukken erbij doen, komt meestal wel op. En als je met veel mensen bent, heb je snel een grote schaal gemaakt. Inmiddels niet meer origineel (want ik maak ‘m al jaren), maar voor wie het zelf eens wil maken, zie hier het recept (origineel van Nigella):

Ingrediënten:
1 rode ui
2 limoenen
1,5 kilo rijpe watermeloen
250 gr feta
bosje bladpeterselie
bosje munt
4 el olijfolie extra vierge
100 gr zwarte olijven zonder pit
peper en zout uit de molen

Aan de slag:
Halveer de ui en snijd hem in heel dunne schijfjes. Pers de limoenen uit, giet het sap over de ui en laat staan, het wordt dan prachtig roze. De schil en de pitjes van de watermeloen verwijderen en de meloen in driehoekjes snijden van ongeveer 4 cm. De feta ook in blokjes snijden. Peterselie en munt van de takjes halen. Watermeloen, feta, peterselie en munt in schaal doen. De ui met sap en de olijven er met je handen door husselen, zodat alles wel een beetje heel blijft. Peper en zout erover en serveren.

Het resultaat:

De verbouwing deel I

Vorig jaar mei werden wij de trotse eigenaren van ons 200 jaar oude, voormalig wijnhuis in Cazouls. Sinds die tijd hebben we nogal wat verbouwd. Aangezien we nu met een groot deel van het werk klaar zijn, leek het me wel leuk een overzicht te geven van wat er tot nu toe gedaan is.

De plannen waren groots en er werd vorig jaar dan ook meteen begonnen met de verbouwing. Het huis was op te delen in het woonhuis, de schuur (remise) en garage. Plan was om het woonhuis op te leuken en vervolgens een gîte te maken in de garage. Hier wat voor en na foto’s van het woonhuis:

Keuken voor en na:

Slaapkamer voor en na:

Badkamer voor en na:

Het eerste deel van de verbouwing was vorig jaar juli klaar en we konden verhuizen! We hadden bedacht dat we eerst een poos in het huis gingen wonen en dan eens kijken hoe dat was en wat we met de rest zouden kunnen gaan doen. Zo gezegd, zo gedaan. Intussen kregen we gezellig veel mensen op bezoek die erg goede ideeën hadden. En zo kwam het dat op een avond vriend S. opperde waarom we niet in de remise gingen wonen en ons woonhuis als gȋte gebruiken. Daar waren we niet op voorbereid. Maar het was wel een goed idee. En makkelijker uitvoerbaar dan het verbouwen van de garage. Nou ja, makkelijker…

Remise voor de verbouwing:

In november vorig jaar startte verbouwing nummer 2: het slopen en opnieuw leggen van de vloer van de remise en het isoleren van het dak.

Heel het huis stond op zijn kop, maar gelukkig konden we de deur achter ons dicht trekken zodat de puinhopen in de remise bleven. Uiteraard zat toch heel het huis onder de stof. Wat een zooi. Maar ook: wat een verschil. Ineens werd duidelijk dat we er een behoorlijk groot stuk woonoppervlak bij zouden krijgen.

de vloer wordt eruit gesloopt

complete chaos…

de wijncuves werden gespaard

slopen plafond boven de oude keuken

nieuw dak, maar nog geen isolatie

het leggen van de vloer

Wordt vervolgd…

Op zoek naar de perfecte citroentaart

Toen we nog in de Elzas woonden, aten we regelmatig bij la Corde à Linge in Straatsburg, alwaar ze de allerbeste tarte au citron meringuée serveerden. Verleden tijd helaas, al toen wij er nog woonden, want ze hadden de kaart veranderd en deze taart er vanaf gehaald. Onbegrijpelijk.

Bon. Op zoek naar een recept dus. Omdat ik me nog niet wilde wagen aan het zelf maken van de citroenvulling, heb ik al verschillende potjes lemon curd gekocht. De meeste kon ik weggooien, want over datum omdat ik me er steeds maar niet toe zette om de taart van la Corde à Linge te evenaren. Van het weekend was het dan toch zover. En gelukkig had ik nog een potje lemon curd in de kast staan. Ik heb uiteindelijk een combinatie van drie taartrecepten gebruikt om deze taart te maken. Gelukkig was het donker, want erg mooi zag hij er niet uit. Qua smaak was het voor een eerste poging niet slecht (als ik naar de reactie van de eters keek). Maar hij haalt het niet bij die van la Corde à Linge… Blijven zoeken en proberen dus. En ik sta open voor tips!

Citroen-meringuetaart
6 tot 8 personen – ongeveer 1 uur

Ingrediënten:
deeg:
240 gr bloem
180 gr roomboter in stukjes
100 gr witte basterdsuiker (of meer als je van zoet houdt)
1 eidooier

vulling:
1 potje lemon curd (ca 315 gr)

meringue:
3 eiwitten
1 onbespoten (bio) citroen, schil geraspt, sap geperst
100 gr suiker
1/2 el maïzena

Aan de slag:
Maak het deeg door alle ingrediënten voor het deeg te kneden tot een soepel deeg. Wikkel  in plastic folie en laat 1 uur in de koelkast rusten. Verwarm de oven voor op 200 graden. Doe het deeg in de taartvorm (ca 22 cm doorsnede), beleg het met alufolie en schep daarop wat blindbak bonen of iets dergelijks (ik heb dit niet gedaan, ging best). Bak het deeg 10 minuten, verlaag vervolgens de oventemperatuur naar 140 graden en bak het deeg nog eens 10 minuten.

Haal de taartvorm uit de oven om af te koelen. Als het afgekoeld is, kan de vulling erin. In de tussentijd kun je de meringue alvast maken. Sla hiervoor de eiwitten met 1 el water, 1 tl citroensap en 100 gr suiker los in een roestvrijstalen kom. Breng ondertussen een ruime pan met een royale laag water aan de kook en draai het vuur laag. Plaats de kom met eiwitten in de pan zodat de onderkant van de kom in het zacht kokende water staat. Klop met de mixer de eiwitten zolang tot zich een stevig schuim vormt, dit duurt wel 5 tot 10 minuten. Roer in een steelpannetje de maïzena met 30 ml koud water glad en breng dan al kloppend met een garde aan de kook, zodat een glad papje ontstaat. Schep 1 el van dit papje en een snuf zout in een kom. Klop er 1 volle schep van de meringue en het citroenrasp door en meng goed. Klop het maïzenamengsel nu door de rest van de meringue en klop het er goed doorheen.

Schakel de oven naar 160 graden. Strijk een klein deel van de meringue uit over de vulling (in het recept staat hete vulling, ik heb ‘m even opgewarmd in de magnetron en dat ging prima). Strijk het gelijkmatig uit zodat de taart bedekt is met een dun laagje meringue. Verdeel vervolgens de rest van de meringue nonchalant en met mooie pieken over de taart. Bak de taart 30-40 minuten in de oven tot de meringue aan de bovenkant goudbruine pieken heeft. Laat de citroen-meringuetaart een paar uur afkoelen in de koelkast voordat je de taart serveert.

Het resultaat:

To Ikea or not to Ikea…

Omdat we boven verwachting gasten mogen verwelkomen deze zomer, heb ik toch wat meer haast met de inrichting van de gîte. Nu willen we een gîte die ingericht is met een mengelmoes van brocante en modern. Zonder meteen naar de Ikea te rennen. Maar dat blijkt nog lastiger dan ik had gedacht… Het afstruinen van vide greniers en brocantes kost nu eenmaal meer tijd. En servies, bestek, matjes, bakjes, etc zijn natuurlijk snel gehaald bij Ikea. Als je daar dan toch bent, kom je ook nog eens deze dingen tegen…

Erg verleidelijk moet ik zeggen. Alhoewel, eigenlijk gaat er toch niets boven brocante…

Brocantes in Pézenas, Gent en nog wat tips

Nu de gîte bijna klaar en het grote werk gedaan is, realiseer ik me steeds meer dat ik ook voor de persoonlijke aankleding moet zorgen. Het leukst is om hiervoor de vide greniers en brocantes af te struinen. Vorige week ben ik naar Pézenas gegaan, op zoek naar een brocante die ik een jaar geleden daar ook bezocht had. Geen idee meer hoe deze heette of waar hij precies zat, maar ik heb hem zowaar gevonden! En nu blijken op een flink stuk van de Avenue Verdun erg veel brocantes te zitten. Ik had jammer genoeg niet al te veel tijd, maar het was wel genoeg om de sfeer te proeven. Op een gewone doordeweekse dag zat dat al goed.

Klik op deze link voor een overzicht van brocantes op de Avenue Verdun.

Afgelopen weekend ben ik naar Gent geweest en daar heb ik ook wat ideetjes op gedaan voor de gîte. In verschillende restaurants/winkels/brocantes kwam ik leuke dingen tegen. Vooral de zondagochtend brocante bij de St. Jacobskerk was erg leuk! De komende tijd ga ik dus hier in de omgeving op zoek naar:

Bordjes (liefst blauw en wit en van groot tot klein):

Een cursus haken om deze ridders te maken (of iets anders creatiefs met kurk):

Poppenhoofdjes.

Dit hoofdje is te groot voor het gat in de muur, hier zat een oud vogelnestje in. Goede reden om naar een passend poppenhoofd op zoek te gaan:

Mijn eerste sonny angel, eigenlijk te leuk voor de gîte :)  :

En verder ben ik nog op zoek naar een thema voor verschillende schilderijen die ik dan op dezelfde plek in de gîte wil hangen. Onze buurvrouw op Bakkum heeft namelijk een verzameling Sil de Strandjutters in haar caravan hangen en dat ziet er erg leuk uit. Sil de Strandjutter vind ik niet passen in de Languedoc, zat zelf te denken aan zeezichten, flamingo’s, moeder met kind (erg universeel natuurlijk)… Maar nog niks passends gevonden. Mochten jullie ideeën hebben, ik hoor het graag!!!

PS Leuke B&B in Gent: B&B Big Sleep. Erg de moeite waard!

Gȃteau d’abricots

De eerste gast van het jaar is alweer geweest. Reden genoeg om een taartje te bakken. Nu heb ik niet zoveel redenen nodig om een gȃteau te maken. Het simpele feit dat het weekend is, vind ik zelf al een hele goede reden.

Maar bon. Het recept van deze taart komt oorspronkelijk uit de Volkskrant. Daar was het een Franse aardbeientaart. Ik heb het iets gewijzigd en er een Franse abrikozentaart van gemaakt, waarbij de abrikozen lekker makkelijk uit blik komen. Maar je kan er dus ook verse aardbeien op doen (die niet in de oven gaan), of frambozen. Hier in ieder geval het recept, veel plezier ermee!

Franse abrikozentaart
8 personen – 60 minuten

Ingrediënten:
deeg:
1 el boter om in te vetten
250 gr bloem
150 gr koude boter
150 gr witte basterdsuiker (of gewone suiker)
1 zakje vanillesuiker
1 ei
1 snufje zout

vulling:
200 gr amandelspijs
2 eieren
1 el bloem
100 gr boter
1 groot blik abrikozen
(of 500 gr aardbeien of frambozen, bedekt met 4 el frambozengelei)

Aan de slag:
Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een taartvorm in met boter en bestuif lichtjes met bloem. Snijd de boter in stukjes en doe met de andere ingrediënten voor het deeg alles in een keukenapparaat. Of kneed gewoon met de hand. Meng kort tot een compact deeg. Druk het deeg meteen (zonder uitrollen) in de taartvorm zodat je bodem en rand krijgt.

Mix de amandelspijs met de eieren, bloem en boter tot een crème. Verdeel de vulling over de taartbodem. Als je de abrikozentaart maakt, leg je er meteen de uitgelekte abrikozen op met de bolle kant boven. Zet de taart in de oven en bak hem gaar in 30 minuten. Haal de taart uit de oven en laat hem in de vorm afkoelen. De abrikozen versie is het lekkerst als je hem nog warm eet (spreek uit ruime ervaring).

Voor de aardbeien variant: verwijder de kroontjes van de aardbeien. Halveer de vruchten in de lengte en verdeel ze over de taart, stijf tegen elkaar. Verwarm de frambozengelei met 3 eetlepels water tot het vloeibaar wordt en lepel dat over de vruchten. Laat een poosje opstijven.

Het resultaat: